Prostaatkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter iets opvallends: 64% van alle mannen ontwikkelt vóór het 60e levensjaar een verborgen vorm van prostaatkanker, maar slechts 2,5% overlijdt eraan – de meesten overlijden MET de tumor, niet DOOR de tumor. PSA-screening voor vroegtijdige opsporing is dan ook zeer omstreden. Omdat psa waarden per leeftijd sterk kunnen variëren, is de interpretatie complex: over een periode van 16 jaar beschermt routinematig screenen aantoonbaar niet tegen overlijden aan prostaatkanker, terwijl de kans op overdiagnose 25 keer zo groot is. In dit artikel vind je alle wetenschappelijke feiten om een weloverwogen keuze te maken over PSA-screening.
Inhoudsopgave
- Belangrijkste inzichten
- Prostaatkanker: de ongemakkelijke waarheid
- Symptomen en signalen van prostaatkanker
- PSA-screening: wat is het?
- Het minimale nut van PSA-screening
- De aanzienlijke risico’s van PSA-screening
- De overdiagnose-paradox
- Internationale aanbevelingen
- Veelgestelde vragen
- Wetenschappelijke bronnen
Belangrijkste inzichten
- De meeste mannen leven MET prostaatkanker, overlijden er niet AAN: 64% van alle mannen ontwikkelt vóór het 60e levensjaar verborgen prostaatkanker, maar slechts 2,5% sterft eraan.
- PSA-screening redt over 16 jaar GEEN levens: Grootschalige studies tonen aan dat PSA-screening de sterfte door prostaatkanker niet verlaagt – het nettovoordeel is nul.
- 1 op de 1000 mannen heeft er baat bij: Bij 1000 gescreende mannen over een periode van 16 jaar wordt maximaal 1 sterfgeval door prostaatkanker voorkomen.
- 25 keer hoger risico op overdiagnose: De kans dat je de diagnose kanker krijgt voor een tumor die nooit klachten had gegeven, is 25 keer groter dan dat je leven wordt gered door screening.
- 150 van de 1000 mannen krijgen een fout-positieve uitslag: Een op de zeven mannen met een PSA-screening test positief, maar bij tweederde blijkt de biopsie volkomen normaal.
- Prostaatbiopsie brengt complicaties met zich mee: Pijn, bloed in het sperma en in 1% van de gevallen ernstige infecties die een ziekenhuisopname vereisen.
- Tegenover elk gered leven staat één overlijden door de operatie: 3 op de 1000 mannen overlijden tijdens of kort na een radicale prostaatverwijdering – dit heft de baten van screening volledig op.
- Aanzienlijke bijwerkingen van een operatie: 20% van de geopereerde mannen houdt langdurig last van urine-incontinentie, 66% van een erectiestoornis.
- 89% van de mannen overschat het nut: De meesten denken dat PSA-screening 50% van de levens redt – in werkelijkheid is dat 1 op de 1000.
- Een weloverwogen keuze in plaats van routine: 85% van de internationale beroepsverenigingen van artsen adviseert tegen routinematige PSA-screening. Mannen moeten goed geïnformeerd beslissen.
Prostaatkanker: de ongemakkelijke waarheid
Hoe gevaarlijk is prostaatkanker echt?
Prostaatkanker heeft een verrassend laag sterfterisico in verhouding tot hoe vaak het voorkomt. Cijfers uit wetenschappelijke studies laten zien:
64% van alle mannen ontwikkelt vóór het 60e levensjaar een verborgen vorm van prostaatkanker (zogeheten latente carcinomen), die bij autopsies wordt aangetroffen. Bij slechts 11% wordt prostaatkanker tijdens het leven vastgesteld. Het risico om daadwerkelijk aan prostaatkanker te overlijden is slechts 2,5% – gemiddeld rond de leeftijd van 80 jaar.
De kernboodschap: de meeste mannen hebben prostaatkanker, maar zij sterven met hun tumor en niet door hun tumor. Veel mannen brengen hun hele leven door met prostaatkanker zonder ooit te weten dat ze het hebben.
Dit is een van de centrale problemen bij kankerscreening: veel ontdekte gevallen van prostaatkanker zouden, ook als ze onopgemerkt waren gebleven, nooit tot schade hebben geleid. Toch heeft niet elke man dat geluk – jaarlijks overlijden ongeveer 30.000 mannen in de VS aan prostaatkanker (in Duitsland circa 15.000).
Hoe lang kun je leven met prostaatkanker?
De prognose bij prostaatkanker hangt sterk af van het stadium van de aandoening:
Gelokaliseerde prostaatkanker (stadium I-II): Wanneer de kanker beperkt is tot de prostaat, ligt de 5-jaarsoverleving op bijna 100%. De meeste mannen overlijden niet aan, maar mét deze kanker. Veel van deze tumoren groeien zo langzaam dat ze nooit klachten veroorzaken.
Lokaal gevorderde prostaatkanker (stadium III): De tumor is door het prostaatkapsel heen gegroeid, maar er zijn nog geen uitzaaiingen. De 5-jaarsoverleving bedraagt ongeveer 90 tot 95%.
Gemetastaseerde prostaatkanker (stadium IV): Wanneer de kanker is uitgezaaid naar de lymfeklieren of botten, daalt de 5-jaarsoverleving naar circa 30 tot 40%. De mediane overlevingstijd ligt tussen de 2 en 5 jaar, waarbij moderne behandelingen deze periode kunnen verlengen.
De doorslaggevende factor: veruit de meeste prostaatkankers groeien heel langzaam. Bij oudere mannen (boven de 75 jaar) met een laaggradige tumor is actieve surveillance (of watchful waiting) vaak de beste keuze, omdat de kans statistisch veel groter is dat zij overlijden aan een andere oorzaak dan aan de prostaatkanker zelf.
Wat is het verschil tussen prostaatkanker en een vergrote prostaat?
Prostaatkanker (prostaatcarcinoom) en een goedaardige prostaatvergroting (benigne prostaathyperplasie, BPH) zijn twee totaal verschillende aandoeningen, al kunnen ze vergelijkbare symptomen geven:
Benigne prostaathyperplasie (BPH):
- Goedaardige vergroting van het prostaatweefsel (geen kanker)
- Komt voor bij bijna de helft van alle mannen boven de 50 jaar
- Veroorzaakt plasklachten door druk op de plasbuis: vaker moeten plassen, een zwakkere straal, ’s nachts moeten opstaan
- Verhoogt het risico op prostaatkanker NIET
- Wordt behandeld met medicatie of minimaal invasieve ingrepen
Prostaatkanker (prostaatcarcinoom):
- Kwaadaardige aandoening die kan uitzaaien
- In een vroeg stadium vrijwel altijd zonder klachten
- Klachten treden pas op wanneer de tumor aanzienlijk groter is geworden of is uitgezaaid
- Vereist actieve surveillance, een operatie, bestraling of hormoontherapie
- Kan de PSA-waarde verhogen (maar dat kan BPH ook!)
Belangrijk: Plasklachten zijn geen specifiek symptoom van prostaatkanker. Dit soort klachten ontstaat veel vaker door een goedaardige prostaatvergroting. Een verhoogde PSA-waarde kan bij beide aandoeningen voorkomen en is op zichzelf dus geen bewijs voor kanker.
Symptomen en signalen van prostaatkanker
Welke prostaatkanker symptomen zijn er?
De ongemakkelijke waarheid over vroege prostaatkanker symptomen is helder: in het beginstadium zijn er geen.
Prostaatkanker groeit in veel gevallen uiterst traag en geeft in eerste instantie geen enkele klacht. De aandoening blijft vaak jarenlang onopgemerkt doordat de tumor te klein is om problemen te veroorzaken. Dit is meteen de voornaamste reden waarom er over vroegtijdige opsporing wordt gediscussieerd.
Symptomen treden pas op wanneer het gezwel een bepaalde omvang heeft bereikt of reeds is uitgezaaid naar andere organen. De volgende verschijnselen zijn alarmsignalen van gevorderde prostaatkanker:
Plasklachten en problemen met de blaas (meest voorkomend):
- Een zwakke of onderbroken urinestraal
- Vaak moeten plassen, vooral ’s nachts (nycturie)
- Moeite om het plassen op gang te brengen
- Het gevoel dat de blaas na het plassen niet helemaal leeg is
- Pijn of een branderig gevoel bij het plassen
Bloedingen:
- Bloed in de urine (hematurie)
- Bloed in het sperma (hemospermie)
Seksuele problemen:
- Erectiestoornissen
- Pijnlijke zaadlozing
Pijn (mogelijke aanwijzing voor uitzaaiingen):
- Rugpijn (meestal in het onderste deel van de wervelkolom)
- Pijn in het bekkengebied
- Botpijn in heupen, bovenbenen of ribben
- Pijn bij de stoelgang
Goed om te weten: Al deze symptomen kunnen evengoed worden veroorzaakt door een goedaardige prostaatvergroting, een urineweginfectie of andere aandoeningen. Ze wijzen dus NIET automatisch op prostaatkanker. Houden deze klachten langer dan twee weken aan, raadpleeg dan altijd je huisarts of een uroloog.
Hoe merk je dat je prostaatkanker hebt?
Het eerlijke antwoord: in de meeste gevallen merk je er helemaal niets van. Prostaatkanker in een vroeg stadium veroorzaakt geen voelbare klachten. De diagnose wordt doorgaans op een van de volgende drie manieren gesteld:
1. PSA-test en rectaal toucher: Ongeveer 75% van de diagnoses wordt tegenwoordig gesteld tijdens een controle vóórdat er klachten zijn. Is de psa-waarde te hoog, dan volgt nader onderzoek.
2. Toevalsbevinding: Bij operaties vanwege een goedaardige prostaatvergroting wordt soms toevallig tumorweefsel aangetroffen in het verwijderde prostaatweefsel.
3. Klachten bij gevorderde ziekte: Pas wanneer de kanker verder gevorderd is, ontstaan er duidelijke klachten (zoals hierboven beschreven). Deze vorm van diagnose komt minder vaak voor omdat veel mannen zich laten testen.
Het centrale knelpunt: vroegtijdige opsporing via PSA-screening leidt tot aanzienlijke overdiagnose – kankerdiagnoses die zonder screening nooit klachten hadden gegeven of tot overlijden hadden geleid.
Hoe herken je prostaatkanker in een vroeg stadium?
Prostaatkanker in het beginstadium kun je niet herkennen aan lichamelijke signalen, simpelweg omdat die er niet zijn. De enige beschikbare methoden voor onderzoek zijn:
PSA-test (bloedonderzoek): Meet de hoeveelheid prostaatspecifiek antigeen in het bloed. Een verhoging kan wijzen op prostaatkanker, maar net zo goed op een goedaardige vergroting, een ontsteking of tijdelijke irritatie (zoals na fietsen of seks). De test is dus niet specifiek.
Rectaal toucher (voelen via de endeldarm): De arts voelt met een gehandschoende vinger via de anus naar de prostaat. Knobbeltjes of verhardingen kunnen duiden op een tumor. Echter, alleen de achterzijde van de prostaat kan zo worden beoordeeld en kleine gezwellen worden snel gemist.
Prostaatbiopsie: Als de PSA-uitslag of het lichamelijk onderzoek afwijkingen laat zien, neemt de uroloog onder echogeleiding 10 tot 12 weefselhapjes uit de prostaat. Alleen met een biopsie kan met zekerheid kanker worden aangetoond of uitgesloten.
Het dilemma: deze vorm van vroege opsporing is tegelijkertijd een vloek en een zegen, zoals de volgende hoofdstukken duidelijk maken.
Wanneer ontstaan de eerste symptomen bij prostaatkanker?
De eerste symptomen treden pas op wanneer de tumor zo groot is geworden dat deze tegen de plasbuis of omliggende structuren drukt, of wanneer er al uitzaaiingen zijn. Dit proces kan jaren tot tientallen jaren duren.
Bij een langzaam groeiende prostaatkanker (een Gleason-score van 6 of lager) kunnen mannen hun hele leven klachtenvrij blijven. Bij agressieve tumoren (Gleason-score 8 tot 10) kunnen er binnen enkele jaren klachten optreden.
Gemiddeld verstrijkt er tussen het allereerste begin van de tumorgroei en de eerste merkbare symptomen zo’n 10 tot 15 jaar. Dit verklaart waarom veel oudere mannen met prostaatkanker nooit klachten ervaren – zij overlijden vaak aan een andere aandoening voordat de kanker problemen kan veroorzaken.
PSA-screening: wat is het en wat zijn de normale psa waarden per leeftijd?
Wat gebeurt er bij een PSA-test?
PSA staat voor prostaatspecifiek antigeen, een door de prostaat afgescheiden eiwit dat sperma en baarmoederhalsslijm vloeibaar maakt om de bevruchting te vergemakkelijken. Een PSA-test is een eenvoudig bloedonderzoek waarmee de concentratie van dit eiwit in het bloed wordt gemeten; de referentie voor normale psa waarden per leeftijd verschilt per levensfase.
Het verloop van het onderzoek:
- Bloedafname: Er wordt een standaard bloedmonster afgenomen uit een ader in de arm. Deze test kan eenvoudig tijdens een routinecontrole worden uitgevoerd.
- Laboratoriumanalyse: De PSA-waarde wordt uitgedrukt in nanogram per milliliter (ng/ml). In deze psa-waarden tabel zie je de referentiewaarden per leeftijdscategorie:
- Tot 50 jaar: minder dan 2,5 ng/ml
- 50–60 jaar: minder dan 3,5 ng/ml
- 60–70 jaar: minder dan 4,5 ng/ml
- Boven de 70 jaar: minder dan 6,5 ng/ml
- Interpretatie – welke psa waarde is gevaarlijk? Een verhoogde waarde kan wijzen op prostaatkanker, maar vaak spelen andere oorzaken een rol:
- Goedaardige prostaatvergroting (BPH)
- Prostaatontsteking (prostatitis)
- Urineweginfectie en plasklachten
- Mechanische stimulatie (fietsen, zaadlozing, rectaal toucher)
- Bij een verhoogde uitslag: De test wordt na enkele weken herhaald. Blijft de waarde verhoogd, dan volgt een rectaal toucher door de arts of uroloog en eventueel een prostaatbiopsie.
Belangrijk: Een verhoogde PSA-waarde is GEEN direct bewijs van prostaatkanker. Bij twee derde van de mannen met een verhoogde uitslag toont een biopsie geen kanker aan.
Vanaf welke leeftijd is prostaatkankerscreening zinvol?
Over deze vraag bestaat veel discussie en de adviezen verschillen internationaal aanzienlijk:
Duitse richtlijnen:
In Duitsland hebben mannen vanaf 45 jaar recht op een jaarlijks voelonderzoek (rectaal toucher) van de prostaat via de wettelijke vroegtijdige opsporing (vergoed door de zorgverzekeraar). De PSA-test valt daar niet standaard onder de basisverzekering en moet meestal zelf worden betaald (als zogeheten IGeL-zorg, circa 25 tot 40 euro).
De Duitse Kankervereniging en urologen adviseren een genuanceerde aanpak:
- Vanaf 45 jaar: Een informatief gesprek over de voor- en nadelen van de PSA-test
- Vanaf 40 jaar: Bij een familiair verhoogd risico (vader of broer met prostaatkanker)
- Individuele keuze: Na goede voorlichting beslist de man zelf
Internationale aanbevelingen (2018):
De gezaghebbende US Preventive Services Task Force (USPSTF) herzag in 2018 haar richtlijn: PSA-screening moet een weloverwogen individuele keuze zijn. Mannen tussen de 55 en 69 jaar moeten zorgvuldig worden geïnformeerd over de baten en risico’s om daarna zelf te beslissen. Mannen die twijfelen of niet uitdrukkelijk kiezen voor screening, moeten NIET routinematig worden gescreend.
Conclusie: Er bestaat GEEN algemene routineaanbeveling voor PSA-screening. De beslissing hoort altijd na uitgebreide uitleg op individuele basis te worden genomen.
Het minimale nut van PSA-screening
Waarom is PSA-screening zo omstreden?
PSA-screening behoort tot de meest controversiële methoden voor vroegtijdige opsporing in de geneeskunde, omdat het daadwerkelijke nut minimaal is terwijl de risico’s aanzienlijk zijn. Wetenschappelijk bewijs uit grootschalige gerandomiseerde onderzoeken laat het volgende zien:
Het bewezen effect:
Bij 1.000 mannen die 16 jaar lang regelmatig worden gescreend op PSA, wordt maximaal 1 sterfgeval door prostaatkanker voorkomen. Dat betekent dat 999 mannen GEEN direct overlevingsvoordeel hebben van de screening, maar wel alle 1.000 worden blootgesteld aan de potentiële risico’s.
Geen daling van de totale sterfte:
Een cruciaal gegeven is dat PSA-screening de algehele sterfte NIET verlaagt. De verklaring hiervoor: voor elk leven dat door vroege ontdekking wordt gered, gaat statistisch gezien elders een leven verloren door behandelcomplicaties. Zo overlijden 3 op de 1.000 mannen tijdens of kort na een radicale prostaatverwijdering.
Waarom overschatten mannen het nut?
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 89% van de mannen de voordelen van een prostaatcontrole fors overschat of simpelweg geen idee heeft van de werkelijke cijfers. De meerderheid dacht dat regelmatig testen bij 1.000 mannen 50% van de fatale prostaataandoeningen zou voorkomen. In werkelijkheid gaat het slechts om 1 geval.
Vergelijkbaar hiermee overschatte 92% van de vrouwen het effect van borstkankerscreening (mammografie) op de sterftereductie met een factor tien of meer.
De nuchtere werkelijkheid:
De US Preventive Services Task Force, een toonaangevend onafhankelijk panel voor evidence-based richtlijnen, sprak zich oorspronkelijk uit tegen routinematige PSA-screening. Hetzelfde standpunt werd ingenomen door de American Academy of Family Physicians en circa 85% van de medische beroepsverenigingen in westerse landen wereldwijd.
De aanzienlijke risico’s van PSA-screening
Welke risico’s brengt een prostaatbiopsie met zich mee?
Een prostaatbiopsie is de volgende stap na een afwijkende PSA-waarde. De bijbehorende risico’s worden echter vaak onderschat:
Valse alarmen komen bijzonder vaak voor:
Ongeveer één op de zeven gescreende mannen test positief. In twee derde van de gevallen toont de weefselafname echter normale resultaten: vals alarm. Van de 1.000 gescreende mannen hebben er zo’n 150 een verhoogde PSA-waarde en ondergaan zij een biopsie, terwijl zij geen kanker hebben.
Complicaties van de biopsie:
Een echogeleide biopsie via de endeldarm is niet zonder risico:
- Vaak (10–50%): Pijn, bloed in de urine, bloed bij de ontlasting of bloederig ejaculaat gedurende meerdere dagen tot weken
- Zelden maar ernstig (1%): Ernstige infecties (bloedvergiftiging of sepsis) die een ziekenhuisopname en intraveneuze antibiotica vereisen
- Zeer zeldzaam: Acute urineretentie (niet kunnen plassen), ernstige bloedingen of een septische shock
Kortom: van de 1.000 geteste mannen ondergaan er 150 onnodig een biopsie, waarbij 1 tot 2 mannen te maken krijgen met zware complicaties.
Wat te doen als je psa-waarde te hoog is?
Een eenmalig verhoogde PSA-waarde is GEEN reden voor paniek. De volgende aanpak wordt aangeraden:
1. PSA-test herhalen: Laat de waarde na 4 tot 6 weken opnieuw bepalen. Bij 25 tot 30% van de mannen normaliseert de waarde zich weer.
2. Beïnvloedende factoren uitsluiten: Gedurende 48 uur voor de test:
- Geen geslachtsgemeenschap of zaadlozing
- Niet fietsen
- Geen rectaal onderzoek of prostaatmassage
- Geen actieve urineweginfectie (eerst laten behandelen)
3. Kinetiek van de psa waarden per leeftijd beoordelen: De PSA-velocity (stijgingssnelheid over meerdere maanden) en de PSA-verdubbelingstijd zijn veel betekenisvoller dan één afzonderlijke meting.
4. Aanvullende diagnostiek overwegen:
- Rectaal toucher door de arts of uroloog
- MRI van de prostaat (mpMRI) – hiermee kunnen veel onnodige biopten worden voorkomen
- Uitgebreide testen: PHI (Prostate Health Index), 4Kscore of PCA3-test
5. Biopsie alleen bij gegronde verdenking: Niet automatisch bij elke verhoogde waarde, maar na zorgvuldige risicostratificatie.
Belangrijk: Bij mannen ouder dan 75 jaar – zoals de psa-waarde van een 80-jarige – of bij ernstige comorbiditeit (een levensverwachting korter dan 10 jaar) hoort PSA-screening in de regel NIET te worden uitgevoerd, omdat een behandeling dan meer schaadt dan baat.
Welke bijwerkingen heeft een prostaatkankeroperatie?
De radicale prostaatverwijdering (radicale prostatectomie) is de meest voorkomende behandeling bij gelokaliseerde prostaatkanker. De bijwerkingen zijn aanzienlijk en worden vaak onderschat:
Sterfte:
Ongeveer 3 op de 1.000 mannen overlijden tijdens een radicale prostatectomie of kort daarna. Daarmee wordt de winst van de screening statistisch gezien volledig tenietgedaan: voor elk gered leven door vroegtijdige opsporing gaat statistisch één leven verloren door de operatie.
Ernstige complicaties (5%):
50 op de 1.000 mannen ervaren zware chirurgische complicaties zoals nabloedingen, infecties, trombose, longembolie, darmperforatie of letsel aan de urineleiders.
Urine-incontinentie (20%):
Zelfs wanneer de operatie vlekkeloos verloopt, ontwikkelt ongeveer één op de vijf mannen langdurige incontinentie en moet daardoor incontinentiemateriaal dragen. In ernstige situaties is een permanent katheter of een kunstmatige sluitspieroperatie noodzakelijk.
Erectiele disfunctie (66%):
De meeste mannen – twee op de drie – lijden na de ingreep aan erectiestoornissen, zelfs bij een zenuwsparende operatietechniek. Zelfs bij topchirurgen ligt dit percentage tussen de 40 en 60%. De seksuele functie herstelt vaak niet meer.
Bijwerkingen van bestraling:
Ook de meeste mannen die bestraling ondergaan kampen op de lange termijn met seksuele disfunctie (60–70%). Daarnaast houdt één op de zes mannen langdurig darmklachten zoals diarree, ontlastingsincontinentie of bloed bij de ontlasting. Blaasproblemen (zoals hevige aandrang of een branderig gevoel) treden op bij 20 tot 30%.
Het overdiagnose-paradox
Hoe vaak komt overdiagnose bij prostaatkanker voor?
Overdiagnose is het grootste probleem van PSA-screening. Het betekent dat er weliswaar een kankerdiagnose wordt gesteld, maar dat deze tumor tijdens het leven van de man nooit symptomen zou hebben veroorzaakt of tot de dood zou hebben geleid. De man krijgt het etiket ‘kankerpatiënt’, terwijl hij zonder screening een normaal leven tot aan een natuurlijke dood zou hebben geleid.
De cijfers zijn ontluisterend:
Grootschalige gerandomiseerde studies tonen aan dat 20 tot 50% van de mannen met een door screening ontdekte prostaatkanker overgediagnosticeerd is. Het had geen verschil gemaakt als zij niet waren gescreend. Nu moeten zij echter kiezen: een behandeling met zware bijwerkingen of de knagende onzekerheid van actieve surveillance.
Het paradoxale effect:
Over een periode van 16 jaar is de kans 25 keer zo groot dat je door PSA-screening overgediagnosticeerd wordt met een tumor die nooit klachten had gegeven, dan dat je leven erdoor wordt gered.
Hier treedt echter een psychologische paradox op: de mannen die de grootste schade hebben ondervonden – een onnodige kankerbehandeling – hebben vaak het gevoel dat zij het meest zijn geholpen. Na de ingreep geloven zij heilig dat de screening hun leven heeft gered, terwijl zij zonder test nooit problemen zouden hebben gekregen.
Wanneer is een prostaatkankerbehandeling echt noodzakelijk?
De keuze voor een behandeling is complex en vraagt om maatwerk. Niet elke vastgestelde prostaatkanker hoeft direct te worden behandeld:
Actieve surveillance (actief volgen):
Bij laaggradige, gelokaliseerde prostaatkanker (gleason-score 6, PSA onder 10 ng/ml en slechts enkele biopten aangedaan) is actieve surveillance een veilige keuze:
- Regelmatige PSA-tests elke 3 tot 6 maanden
- Jaarlijks rectaal onderzoek
- Herhaalde biopsies elke 1 tot 3 jaar
- Pas behandelen als er duidelijke progressie zichtbaar is
Onderzoek laat zien dat bij zorgvuldig geselecteerde patiënten de overlevingskans na 10 jaar identiek is aan directe behandeling – maar dan zonder de bijwerkingen.
Directe behandeling wordt aangeraden bij:
- Hooggradige kanker (gleason-score 8–10)
- Lokaal gevorderd stadium (T3–T4)
- Symptomatische kankervormen (pijn, ernstige plasklachten en andere prostaatkanker symptomen)
- Snel stijgend PSA (verdubbelingstijd korter dan 3 jaar)
- Jongere mannen (onder de 65 jaar) met een agressieve tumor
Geen behandeling zinvol bij:
- Mannen ouder dan 75 jaar met laaggradige kanker
- Een levensverwachting korter dan 10 jaar door andere aandoeningen
- Zeer langzaam groeiende tumoren (gleason-score 6)
Internationale richtlijnen en aanbevelingen
Wat moet je over PSA-screening weten voordat je een beslissing neemt?
Voordat je besluit om je al dan niet te laten testen en je psa waarden per leeftijd te laten bepalen, is het belangrijk de volgende feiten te kennen:
De cijfers per 1.000 mannen gedurende 16 jaar:
- Nut: Er wordt 1 sterfgeval door prostaatkanker voorkomen
- Risico: 3 sterfgevallen door complicaties van de operatie
- Overdiagnose: Bij 20 tot 50 mannen wordt een tumor vastgesteld die nooit voor problemen had gezorgd
- Vals-positief: 150 mannen hebben een verhoogd PSA zonder kanker en ondergaan onnodig een biopsie
- Incontinentie: 20 mannen houden langdurig last van ongewild urineverlies
- Impotentie: 66 mannen houden blijvende erectiestoornissen
Internationale richtlijn (USPSTF 2018):
Mannen tussen de 55 en 69 jaar moeten worden geïnformeerd over de risico’s en baten en daarna zelf een keuze maken. Mannen die twijfelen en niet uitgesproken vóór screening zijn, moeten NIET worden gescreend.
De situatie in Duitsland:
De PSA-test valt in Duitsland niet onder de basisvergoeding van de zorgverzekeraar (IGeL-zorg). De kosten moeten daarom zelf worden betaald en de keuze wordt individueel gemaakt. Critici zien hierin een mogelijk belangenconflict, omdat artsen direct verdienen aan deze niet-vergoede diensten.
Persoonlijke factoren om mee te wegen:
- Familiaire belasting: Een vader of broer met prostaatkanker verhoogt het risico met een factor 2 tot 3
- Leeftijd: Onder de 55 jaar zelden zinvol, boven de 70 jaar meestal niet meer geadviseerd
- Levensverwachting: Bij minder dan 10 jaar veroorzaakt testen doorgaans meer schade dan nut
- Persoonlijke voorkeur: Kun je leven met onzekerheid, of verkies je vroegtijdige opsporing ondanks de bijbehorende risico’s?
Veelgestelde vragen
Waar zaait prostaatkanker als eerste naar uit?
Prostaatkanker zaait als eerste uit naar de regionale lymfeklieren (50-60%), met name de lymfeklieren in het bekken. Bij een gevorderde ziekte volgen botuitzaaiingen (80-90%), vooral in de wervelkolom, het bekken en de ribben. Deze veroorzaken pijn en pathologische botbreuken. Zeldzamere uitzaaiingen: longen, lever, hersenen (minder dan 10%). Van de eerste diagnose tot het ontstaan van uitzaaiingen kunnen jaren tot decennia verstrijken, afhankelijk van de agressiviteit van de tumor (Gleason-score).
Waar zaait prostaatkanker het vaakst naar uit?
Veruit de meest voorkomende locatie voor uitzaaiingen is het skelet. Bij 80-90% van alle mannen met uitgezaaide prostaatkanker worden botuitzaaiingen gevonden (wervelkolom, bekken, ribben), terwijl orgaanuitzaaiingen (longen, lever) aanzienlijk zeldzamer zijn (minder dan 10%). De reden: prostaatkankercellen produceren signaalstoffen die botgroei stimuleren (osteoblastische metastasen).
Welke pijn veroorzaakt prostaatkanker?
In een gelokaliseerd stadium veroorzaakt prostaatkanker GEEN pijn. Pijn is een laat symptoom bij een gevorderde aandoening: botpijn (diepe, borende pijn in de wervelkolom, het bekken of de ribben – vaak ’s nachts erger), plasklachten en pijn bij het plassen (branderig gevoel, drukpijn), bekkenpijn (zeurende druk) of pijn bij de ontlasting. Wanneer deze prostaatkanker symptomen optreden, is de tumor meestal al uitgezaaid.
Wat te doen bij prostaatkanker?
De behandeling hangt af van het stadium. Gelokaliseerde tumor: actieve surveillance (bij een laaggradige tumor), radicale prostatectomie (operatie) of bestraling. Lokaal gevorderd: bestraling + hormoontherapie of een operatie + lymfeklierdissectie. Uitgezaaid: hormoontherapie (testosterononderdrukking), chemotherapie, gerichte doeltherapieën (abirateron, enzalutamide, radium-223) en palliatieve pijnbestrijding. De keuze wordt altijd individueel gemaakt in overleg met de uroloog op basis van leeftijd, algehele gezondheid en persoonlijke voorkeuren.
Wetenschappelijke bronnen
- Nelson WG, De Marzo AM, Isaacs WB. (2003). Prostate cancer. New England Journal of Medicine. 349(4):366-381.
- US Preventive Services Task Force, Grossman DC, Curry SJ, et al. (2018). Screening for prostate cancer: US Preventive Services Task Force recommendation statement. JAMA. 319(18):1901-1913.
- Draisma G, Etzioni R, Tsodikov A, et al. (2009). Lead time and overdiagnosis in prostate-specific antigen screening. Journal of the National Cancer Institute. 101(6):374-383.
- Tikkinen KAO, Dahm P, Lytvyn L, et al. (2018). Prostate cancer screening with prostate-specific antigen (PSA) test: a clinical practice guideline. BMJ. 362:k3581.
- Gigerenzer G, Mata J, Frank R. (2009). Public knowledge of benefits of breast and prostate cancer screening in Europe. Journal of the National Cancer Institute. 101(17):1216-1220.
Bronnen over dit onderwerp
Overzichtsartikelen, meta-analyses en gecontroleerde studies over het onderwerp van dit artikel. Elke link is op 16-08-2026 gecontroleerd op bereikbaarheid.
- Roobol MJ, de Vos II, Månsson M et al.: European Study of Prostate Cancer Screening – 23-Year Follow-up. The New England journal of medicine 2025. PubMed 41160819. DOI: 10.1056/NEJMoa2503223.
- Pinsky PF, Parnes H: Screening for Prostate Cancer. The New England journal of medicine 2023. PubMed 37043655. DOI: 10.1056/NEJMcp2209151.
- Wei JT, Barocas D, Carlsson S et al.: Early Detection of Prostate Cancer: AUA/SUO Guideline Part I: Prostate Cancer Screening. The Journal of urology 2023. PubMed 37096582. DOI: 10.1097/JU.0000000000003491.
- Hugosson J, Roobol MJ, Månsson M et al.: A 16-yr Follow-up of the European Randomized study of Screening for Prostate Cancer. European urology 2019. PubMed 30824296. DOI: 10.1016/j.eururo.2019.02.009.
- Ilic D, Djulbegovic M, Jung JH et al.: Prostate cancer screening with prostate-specific antigen (PSA) test: a systematic review and meta-analysis. BMJ (Clinical research ed.) 2018. PubMed 30185521. DOI: 10.1136/bmj.k3519.
- Grossman DC, Curry SJ, Owens DK et al.: Screening for Prostate Cancer: US Preventive Services Task Force Recommendation Statement. JAMA 2018. PubMed 29801017. DOI: 10.1001/jama.2018.3710.
- Eastham J: Prostate cancer screening. Investigative and clinical urology 2017. PubMed 28681029. DOI: 10.4111/icu.2017.58.4.217.



